Vrijdag hebben we ontzettend lopen stressen op het werk. Eigenlijk zouden Marieke en ik naar de ARC-meeting gaan. Ik had donderdag al besloten dat ik niet zou gaan omdat ik het anders allemaal niet zou redden en gelukkig besloot Marieke ’s ochtends dat het eigenlijk al te laat was om nog te gaan en dat er nog te veel moest gebeuren… En dat bleek dus ook zo te zijn. De uitnodigingen voor de expositie moesten vandaag de deur uit en we moesten nog etiketten maken en etiketjes voor op de uitnodiging maken waarop stond dat mensen uitgenodigd werden. Helaas was de lijst met mensen die we uit moesten nodigen niet compleet en moesten we een heleboel adressen opzoeken, moesten we bijvoorbeeld nog uitzoeken welke grantees allemaal in of rondom Londen woonden, etc etc. Bovendien moesten we nog wachten op de uitnodigingen die er nog steeds niet waren. Ondertussen was Aukje, een vriendin van Marieke die op bezoek was, gekomen en zij bood gelukkig aan om te helpen met stickers plakken enzo. Na een paar uur heel hard werken besloten we dat we het wel hadden verdiend om even naar buiten te gaan om te lunchen. Aan de Thames, met uitzicht op de Houses of Parliament (en die blijven toch ontzettend mooi!). De stickers die op de kaartjes moesten bleken veel te groot te zijn waardoor een heel deel van het ontwerp van het kaartje onder de sticker zou verdwijnen en dat kon natuurlijk niet de bedoeling zijn. Na veel passen en meten en het proberen van andere in het kantoor aanwezige stickers, besloten we dat de beste oplossing het doormidden snijden van de originele stickers was. Hierdoor moesten we wel eer een nieuw ontwerp voor de stickers maken, dus dat kostte ook weer allemaal tijd. Halverwege (okay, dat is een beetje overdreven, maar dat is voor de leukheid van het verhaal beter) het stickeren kwamen we erachter dat er stond 12 April in plaats van 12 June, dus kon het nog een keer opnieuw. En ondertussen was ik ook nog bezig met het ‘redigeren’ van de interviews, waar allemaal taalfouten of zinnen van 8 regels tussenstonden. Gelukkig (ahum) belde John om te vragen hoe het allemaal ging en raakte hij helemaal over zijn toeren dat het allemaal veel te laat was en dat we de uitnodigingen niet met tweedeklaspostzegels mochten verzenden en bladibla. Even later belde hij terug om te vertellen dat we er zelf geen stickers op mochten plakken en dat we alles naar zijn vriendin (die voor de universiteit aan de andere kant van de gang werkt) moesten brengen want zij had een stempelmachine. Haar assistent zou dit dan voor ons regelen. Toen we daar eindelijk aankwamen, bleek dat het kantoor al op slot zat en hadden we dus voor niets zo lopen stressen. Om zes uur konden we eindelijk weg, maar toen moest ik nog naar de fotoshop om allemaal dingen te regelen. Er was mij verteld dat zij daar precies zouden weten wat er allemaal moest gebeuren, maar dit bleek niet het geval en ik moest vele vragen onbeantwoord laten. Ik heb Sarah toen maar gebeld en zij besloot (eigenlijk deed de jongen van de fotoshop dat…) dat ze zelf maandag maar met de fotografe of de curator langs moesten gaan. Was ik dus helemaal voor niets daar naar toe gegaan… Lekker geregeld allemaal! Om acht uur was ik eindelijk – bekaf- thuis…
Zaterdagochtend heb ik eerst lekker uitgeslapen (nouja, ik noem dat uitslapen, het was ongeveer ongeveer kwart over negen…). Daarna heb ik een tijdje in Cane River van Lalita Tademy liggen lezen (een erg mooi boek!). Tegen de middag ben ik naar de stad gegaan, waar ik in de H&M Marieke en Aukje tegenkwam (what are the chances…). Samen verder geshopt (en Aukje kan shoppen…). Marieke en ik liepen op een geven moment alleen nog maar mee omdat we daarna als beloning naar de Food for Thought zouden gaan. Nog wel bij de Café at Foyles een plakje Passion Fruit Loaf gehad. Een beetje vreemd, maar wel heel lekker. Toen we eindelijk ’s avonds thuis waren hebben we nog een heel lekkere crumble gemaakt en naar ‘The Girl Next Door’ gekeken.
Zondag deed de douche het niet (nouja, de warmewaterkraan deed ’t niet en ik vertik het om onder een koude douche te staan als het niet heel erg nodig is). Dus helaas moest ik zónder lekker frisse haartjes naar Chelsea en Battersea Park. In Chelsea zou een heel mooie tuin zijn, waar ik van plan was om lekker in mijn boekje te gaan lezen. Maar helaas, ze waren nog steeds bezig met het afbreken van de Chelsea Flower Show, dus ik mocht niet naar binnen. Toen ik vervolgens vanaf Battersea Park naar de metro bij South Kensington liep (de Central en District line –metro dus- zijn wederom een weekend gelopen en in sommige gebieden moet je dan een eind verder lopen…), kwam er op een gegeven moment een kerel op een fiets naar mij toe. Of ik Amerikaans was. Ik zei nee en liep maar snel verder, achter wat steigers. Toen ik vervolgens de straat over was gestoken en ergens even stilstond om mijn stratenboek uit mijn tas te pakken, zag ik hem nog steeds heel zacht fietsen en de hele tijd omkijken.
Na nog twee keer een andere straat ingeslagen te zijn, fietste hij nog steeds achter mij aan/rond mij. Hij parkeerde weer zijn fiets dwars op straat tegen de stoeprand aan en vroeg weer iets, waarop ik maar reageerde met een ‘Stop following me!’. Er liepen net twee jongens naast me die gelijk vroegen of die kerel mij lastig viel en dat ik maar bij hen moest blijven. Ondertussen was die kerel helemaal aan het schreeuwen dat hij mij niet aan het achtervolgen was en dat hij hier mocht zijn en bladibladibla. Een van die jongens begon daarop tegen hem in te gaan dat hij niet achter mij aan moest fietsen, dat ik daar blijkbaar niet van gediend was en dat hij moest ophouden met schreeuwen. Vervolgens raakte die man steeds meer over zijn toeren dat het een openbare weg was en dat hij daar mocht fietsen als hij wilde. Waarop de jongen een stap opzij deed en ‘nou, fiets dan’ zei. Daarop zei de kerel weer dat hij ook het recht had om daar te blijven (zucht) en dat hij de politie ging bellen (heel indrukwekkend verhaal inderdaad ‘ik was een meisje aan het lastig vallen en toen zeiden deze jongens dat ik dat niet meer mocht doen…’).
We liepen maar verder, maar die kerel kwam nog steeds achter ons aan met z’n geschreeuw. Daarop ging de jongen weer met hem in discussie omdat hij het wel grappig vond (zijn vriend wilde ondertussen wel weer eens gewoon doorlopen). Die rare kerel zette zijn fiets alvast tegen de paal, en na elke tirade raakte hij meer kleren kwijt: hij deed met onbehouwen bewegingen zijn jas alvast uit, deed zijn horloge vast af… Ondertussen waren er ook al obers van het café waar we toen voor stonden naar buiten gekomen (jaja, met mij in de buurt is er altijd wat te beleven…). Op een gegeven moment bleef die rare kerel maar hetzelfde zeggen (dit is een openbare straat en ik mag hier zijn en jij zegt dat ik hier niet mag zijn), dus toen gaf de jongen het ook maar op en zijn we weggelopen. En gelukkig, die idioot bleef staan.
Eindelijk kon ik dan de metro bij South Kensington pakken en op weg gaan naar Piccadilly, maar ik kwam er pas achter dat ik al bij Leicester Square was toen de metro daar stilstond. Ik kon nog net op tijd eruit springen (eerste keer trouwens dat ik niet op tijd uit een metro ben gestapt…). Maar even terug gelopen naar Piccadilly om daar de bus te pakken. ’s Avonds mailtjes getypt en verder gelezen in mijn boek.
Liz voelde zich volgens Marieke en mij toch wel een beetje schuldig over vrijdag, dus we werden maandag op een lekkere lunch bij Amano getrakteerd. Ik had een erg lekkere smoothie en dito broodje en heb een breadstick (ze bakken daar hun eigen brood) meegenomen naar het werk voor ’s middags. En nu hoef ik eindelijk niets meer voor de exhibition te doen, dus kan ik weer leuk met de statistieken en website enzo bezig (lijkt sarcastisch maar vind ik toch echt leuk…). ’s Avonds weer hetzelfde riedeltje: boodschappen doen, avondeten maken, een crumble maken en in de over zetten, en een aflevering van The O.C. kijken en crumble eten (appel met kers en bosvruchten, heel erg lekker). Wat een zwaar leven toch
Dinsdag gingen Marieke en ik na het werk naar een toneelstuk, ‘De Alchemist’, naar een boek van Paulo Coelho. Omdat we pas om tegen zes uur van ’t werk vertrokken, de metro op zich liet wachten en het theater best een eind buiten de stad zat, moesten we erg haasten en hebben we in de metro snel een patatje van de Mac naar binnen gepropt. Het theater was al open toen we eraan kwamen en onze kaartjes lagen, dankzij de creditcard van Marieke, al betaald en wel op ons te wachten. Het toneelstuk was ontzettend leuk. Hoewel we in het begin nog even vreesden voor (de overlast van) de twee schoolklassen die binnenkwamen, bleken die zich keurig te gedragen en alleen op de juiste momenten te lachen of lawaai te maken. Het toneelgezelschap bestond uit vijf mensen, die erg creatief met stemmen, gezichtsuitdrukkingen, kleren, stoffen en decorstukken waren. Het decor was niet meer dan vijf piepschuimachtige blokken (waar ze een balustrade, schip, rotsen, kamelen en nog veel meer van wisten te maken), en een stok met vijf grote lappen gele en oranje stof die de woestijn voorstelde. Maar met behulp van twee stokken werd deze woestijn in een seconde omgetoverd in een bedoeïenentent en twee seconden later was het weer iets compleet anders.
Het verhaal ging over een herdersjongen die op zoek gaat naar een schat (de schapen werden ook nagedaan, door schattige mutsjes met schapenoortjes op te zetten en door het mekkeren en ‘kauwen’). Ook paarden werden nagedaan; ze deden een hoofdstel op, gingen op hun knieën zitten en begonnen met hun armen galoppeer-bewegingen te maken. De berijder ging er achter staan en probeerde een beetje mee te hobbelen… De kamelen waar op gereden werd, waren gemaakt van de decorstuk-blokken waarop een soort kussen met daaraanvast een kamelenhals en -kop op een stok werd gelegd. Verder was er de hele tijd livemuziek omdat ze allemaal wel een instrument bespeelden en één jongen heel mooi kon zingen. Echt ontzettend leuk.
Na het toneelstuk moesten we nog helemaal naar huis, maar gelukkig hoefden we nergens superlang te wachten op een metro. Thuis hebben we nog even een stukje O.C. gekeken voor het slapengaan… Wat erin resulteerde dat we woensdag allebei een beetje moe op het werk zaten. Ik hoorde John op een gegeven moment een hotelreservering voor mij maken (had ik zelf blijkbaar niet veel over te zeggen). Maar het hotel zag er op de website mooi (en duuur!) uit, dus dat komt vast goed. Ik kwam er wel achter dat mijn o zo slimme baas een foutje had gemaakt. Hij begon me namelijk vrolijk te vertellen dat ik een treinkaartje moest kopen om naar Edinburgh te gaan. Toen ik vroeg of er geen binnenlandse vluchten naar Edinburgh gaan (waarom vlieg en slaap ik anders in Glasgow?! Edinburgh schijnt veel mooier te zijn…), zei hij: ‘jawel, maar er was een kans (sic!) dat de vergadering in plaats van in Edinburgh in Glasgow zou zijn dus daarom heb ik maar een vlucht naar Glasgow geboekt.’ Welkom in de wereld van de logica van John… Maargoed, zo heb ik wel de kans om beide steden te zien… Nu blijkt dus ook nog eens dat hij de terugvlucht (we gaan met hetzelfde vliegtuig terug) eigenlijk te vroeg heeft geboekt. En omdat we nog vijftig minuten in de trein moeten zitten om vanuit Edinburgh op het vliegveld te komen, moeten we helemaal vroeg bij de conferentie weg (we kunnen niet tot het einde blijven terwijl het maar een dag is…).
We zijn (wegens moeheid) ook maar gelijk na het werk naar de suup gegaan, gegeten en… wederom een crumble gemaakt en de OC gekeken. Onze verslaving aan beiden begint nu toch echt wel ernstige vormen aan te nemen… Helemaal omdat we vanochtend voor we naar het werk gingen zelfs nog een klein stukje hebben gekeken. Op het werk ben ik, naast alle dagelijkse dingetjes, voornamelijk bezig geweest met de statistieken voor de AGM. John wilde mijn grafieken enzo namelijk ook graag in een powerpointpresentatie meenemen naar Edinburgh… Na het werk gingen Marieke en ik naar Eat & Two Veg, maar dit bleek nogal duur te zijn (8 pond voor een hamburger…). En het eten was wel lekker, maar niet super. De volgende keer gaan we dus maar weer naar de RedVeg of de Food for Thought.