Foto’s
De foto’s van Schotland, de Photo Exhibition, de tuin van de universiteit waar het kantoor van CARA en NEAR zit ( en waar Marieke en ik geregeld lunchen) en de foto’s van een dagje Brighton staan nu online!
De foto’s van Schotland, de Photo Exhibition, de tuin van de universiteit waar het kantoor van CARA en NEAR zit ( en waar Marieke en ik geregeld lunchen) en de foto’s van een dagje Brighton staan nu online!
Je maakt hier wat mee als je twee-en-bijna-een-halve-maand dagelijks met de bus gaat. Zo was er bijvoorbeeld de man met het hondje die tien minuten op de buschauffeur stond te foeteren omdat hij zich ge-(be-?)discrimineerd voelde vanwege zijn hond (maar daar had ik al over geschreven).
Afgelopen week werd er ’s ochtends in de bus omgeroepen dat we de bus moesten verlaten omdat iemand een van de voorste ruiten kapot had geslagen. Een tijd geleden wilde een buschauffeur ook niet verder rijden. Marieke en ik zaten een beetje te kletsen en uit het raam te kijken en mijn blik viel op een jongen die aan het overgeven was. Een kerel in de bus begon tegen de buschauffeur te schreeuwen dat hij verder moest rijden, maar dat wilde de chauffeur niet. Wat bleek? De jongen die moest overgeven had bij ons in de bus gezeten en wilde eruit, vandaar dat hij maar op het stop-knopje bleef drukken. De buschauffeur dacht dat iemand gewoon irritant aan het doen was, reed eerst stug door, maar had er op een gegeven moment genoeg van en wilde niet meer verder rijden. Nadat iemand naar hem geschreeuwd had dat er iemand ziek geworden was(toen legden Marieke en ik pas de link tussen de jongen buiten en de bus die niet verder reed…), riep de buschauffeur waarom niemand hem dat even verteld had (had hij ook wel gewoon even kunnen vragen in plaats van zo kinderachtig te doen)…
En we weten ook eindelijk hoe het komt dat je soms een enkele schoen op straat ziet liggen (wie verliest nou zijn schoen?!). Op een gegeven moment kwam er net voordat de deuren zich sloten een meisje naar binnen gedoken die heel hard had moeten rennen om de bus nog te halen. Toen de deuren dicht waren riep ze door de bus of de buschauffeur misschien toch nog even zijn deuren een keertje open wilde doen omdat haar schoen nog op straat lag…
En op een ochtend hebben we zelfs nog bijbelstudie gekregen. Ik zat naast een kerel die een bijbel aan het lezen was. Ik keek even snel wat hij aan het lezen was, en toen vroeg hij of ik wilde dat hij mij een stukje voor zou lezen. Ik bedankte vriendelijk, maar hij begon toch op schreeuwniveau met voordragen. Marieke en ik bleven ondertussen maar gewoon doorpraten, hoewel op een iets luider niveau omdat hij links naast mij en tegenover Marieke zat (en daardoor konden we elkaar nogal moeilijk verstaan). Alle andere mensen bleven ook stoicijns voor zich uit staren, dus ik vrees niet dat hij erg veel succes had. Helemaal niet omdat hij op een gegeven moment niet meer wist hoe hij verder moest gaan en maar ‘And he had wounds on his back’ bleeef herhalen…
En dan heb je nog de mensen die opeens (steeds harder) gaan zingen, mensen die ruzie gaan maken (en dan de bus uitwillen en ondertussen maar verder blijven schreeuwen), het meisje dat opeens genoeg had van haar pestende broertje en haar mond in een vlaag van woede opende en opeens al bijtend aan de arm van haar broertje hing en de kerel die om half tien ’s ochtends al zo ontzettend naar bier stonk dat iedereen die rondom de stoel waar hij zat zo snel mogelijk naar de andere kant van de bus verhuisde.
Het licht spring op rood, het licht springt op groen, in de bus…
En ondertussen doet onze douche het helemaal niet meer, waardoor ik gister weer niet gedouchd had en vanochtend een KOUDE douche moest nemen… Aaah… Gelukkig slaap ik dit weekend in een superdeluxe hotel waar ik een heel grote eigen badkamer heb
Ik moet helaas wel morgenvroeg om VIJF uur al met de bus om op tijd op Stansted te komen…
Vrijdag hebben we ontzettend lopen stressen op het werk. Eigenlijk zouden Marieke en ik naar de ARC-meeting gaan. Ik had donderdag al besloten dat ik niet zou gaan omdat ik het anders allemaal niet zou redden en gelukkig besloot Marieke ’s ochtends dat het eigenlijk al te laat was om nog te gaan en dat er nog te veel moest gebeuren… En dat bleek dus ook zo te zijn. De uitnodigingen voor de expositie moesten vandaag de deur uit en we moesten nog etiketten maken en etiketjes voor op de uitnodiging maken waarop stond dat mensen uitgenodigd werden. Helaas was de lijst met mensen die we uit moesten nodigen niet compleet en moesten we een heleboel adressen opzoeken, moesten we bijvoorbeeld nog uitzoeken welke grantees allemaal in of rondom Londen woonden, etc etc. Bovendien moesten we nog wachten op de uitnodigingen die er nog steeds niet waren. Ondertussen was Aukje, een vriendin van Marieke die op bezoek was, gekomen en zij bood gelukkig aan om te helpen met stickers plakken enzo. Na een paar uur heel hard werken besloten we dat we het wel hadden verdiend om even naar buiten te gaan om te lunchen. Aan de Thames, met uitzicht op de Houses of Parliament (en die blijven toch ontzettend mooi!). De stickers die op de kaartjes moesten bleken veel te groot te zijn waardoor een heel deel van het ontwerp van het kaartje onder de sticker zou verdwijnen en dat kon natuurlijk niet de bedoeling zijn. Na veel passen en meten en het proberen van andere in het kantoor aanwezige stickers, besloten we dat de beste oplossing het doormidden snijden van de originele stickers was. Hierdoor moesten we wel eer een nieuw ontwerp voor de stickers maken, dus dat kostte ook weer allemaal tijd. Halverwege (okay, dat is een beetje overdreven, maar dat is voor de leukheid van het verhaal beter) het stickeren kwamen we erachter dat er stond 12 April in plaats van 12 June, dus kon het nog een keer opnieuw. En ondertussen was ik ook nog bezig met het ‘redigeren’ van de interviews, waar allemaal taalfouten of zinnen van 8 regels tussenstonden. Gelukkig (ahum) belde John om te vragen hoe het allemaal ging en raakte hij helemaal over zijn toeren dat het allemaal veel te laat was en dat we de uitnodigingen niet met tweedeklaspostzegels mochten verzenden en bladibla. Even later belde hij terug om te vertellen dat we er zelf geen stickers op mochten plakken en dat we alles naar zijn vriendin (die voor de universiteit aan de andere kant van de gang werkt) moesten brengen want zij had een stempelmachine. Haar assistent zou dit dan voor ons regelen. Toen we daar eindelijk aankwamen, bleek dat het kantoor al op slot zat en hadden we dus voor niets zo lopen stressen. Om zes uur konden we eindelijk weg, maar toen moest ik nog naar de fotoshop om allemaal dingen te regelen. Er was mij verteld dat zij daar precies zouden weten wat er allemaal moest gebeuren, maar dit bleek niet het geval en ik moest vele vragen onbeantwoord laten. Ik heb Sarah toen maar gebeld en zij besloot (eigenlijk deed de jongen van de fotoshop dat…) dat ze zelf maandag maar met de fotografe of de curator langs moesten gaan. Was ik dus helemaal voor niets daar naar toe gegaan… Lekker geregeld allemaal! Om acht uur was ik eindelijk – bekaf- thuis…
Zaterdagochtend heb ik eerst lekker uitgeslapen (nouja, ik noem dat uitslapen, het was ongeveer ongeveer kwart over negen…). Daarna heb ik een tijdje in Cane River van Lalita Tademy liggen lezen (een erg mooi boek!). Tegen de middag ben ik naar de stad gegaan, waar ik in de H&M Marieke en Aukje tegenkwam (what are the chances…). Samen verder geshopt (en Aukje kan shoppen…). Marieke en ik liepen op een geven moment alleen nog maar mee omdat we daarna als beloning naar de Food for Thought zouden gaan. Nog wel bij de Café at Foyles een plakje Passion Fruit Loaf gehad. Een beetje vreemd, maar wel heel lekker. Toen we eindelijk ’s avonds thuis waren hebben we nog een heel lekkere crumble gemaakt en naar ‘The Girl Next Door’ gekeken.
Zondag deed de douche het niet (nouja, de warmewaterkraan deed ’t niet en ik vertik het om onder een koude douche te staan als het niet heel erg nodig is). Dus helaas moest ik zónder lekker frisse haartjes naar Chelsea en Battersea Park. In Chelsea zou een heel mooie tuin zijn, waar ik van plan was om lekker in mijn boekje te gaan lezen. Maar helaas, ze waren nog steeds bezig met het afbreken van de Chelsea Flower Show, dus ik mocht niet naar binnen. Toen ik vervolgens vanaf Battersea Park naar de metro bij South Kensington liep (de Central en District line –metro dus- zijn wederom een weekend gelopen en in sommige gebieden moet je dan een eind verder lopen…), kwam er op een gegeven moment een kerel op een fiets naar mij toe. Of ik Amerikaans was. Ik zei nee en liep maar snel verder, achter wat steigers. Toen ik vervolgens de straat over was gestoken en ergens even stilstond om mijn stratenboek uit mijn tas te pakken, zag ik hem nog steeds heel zacht fietsen en de hele tijd omkijken.
Na nog twee keer een andere straat ingeslagen te zijn, fietste hij nog steeds achter mij aan/rond mij. Hij parkeerde weer zijn fiets dwars op straat tegen de stoeprand aan en vroeg weer iets, waarop ik maar reageerde met een ‘Stop following me!’. Er liepen net twee jongens naast me die gelijk vroegen of die kerel mij lastig viel en dat ik maar bij hen moest blijven. Ondertussen was die kerel helemaal aan het schreeuwen dat hij mij niet aan het achtervolgen was en dat hij hier mocht zijn en bladibladibla. Een van die jongens begon daarop tegen hem in te gaan dat hij niet achter mij aan moest fietsen, dat ik daar blijkbaar niet van gediend was en dat hij moest ophouden met schreeuwen. Vervolgens raakte die man steeds meer over zijn toeren dat het een openbare weg was en dat hij daar mocht fietsen als hij wilde. Waarop de jongen een stap opzij deed en ‘nou, fiets dan’ zei. Daarop zei de kerel weer dat hij ook het recht had om daar te blijven (zucht) en dat hij de politie ging bellen (heel indrukwekkend verhaal inderdaad ‘ik was een meisje aan het lastig vallen en toen zeiden deze jongens dat ik dat niet meer mocht doen…’).
We liepen maar verder, maar die kerel kwam nog steeds achter ons aan met z’n geschreeuw. Daarop ging de jongen weer met hem in discussie omdat hij het wel grappig vond (zijn vriend wilde ondertussen wel weer eens gewoon doorlopen). Die rare kerel zette zijn fiets alvast tegen de paal, en na elke tirade raakte hij meer kleren kwijt: hij deed met onbehouwen bewegingen zijn jas alvast uit, deed zijn horloge vast af… Ondertussen waren er ook al obers van het café waar we toen voor stonden naar buiten gekomen (jaja, met mij in de buurt is er altijd wat te beleven…). Op een gegeven moment bleef die rare kerel maar hetzelfde zeggen (dit is een openbare straat en ik mag hier zijn en jij zegt dat ik hier niet mag zijn), dus toen gaf de jongen het ook maar op en zijn we weggelopen. En gelukkig, die idioot bleef staan.
Eindelijk kon ik dan de metro bij South Kensington pakken en op weg gaan naar Piccadilly, maar ik kwam er pas achter dat ik al bij Leicester Square was toen de metro daar stilstond. Ik kon nog net op tijd eruit springen (eerste keer trouwens dat ik niet op tijd uit een metro ben gestapt…). Maar even terug gelopen naar Piccadilly om daar de bus te pakken. ’s Avonds mailtjes getypt en verder gelezen in mijn boek.
Liz voelde zich volgens Marieke en mij toch wel een beetje schuldig over vrijdag, dus we werden maandag op een lekkere lunch bij Amano getrakteerd. Ik had een erg lekkere smoothie en dito broodje en heb een breadstick (ze bakken daar hun eigen brood) meegenomen naar het werk voor ’s middags. En nu hoef ik eindelijk niets meer voor de exhibition te doen, dus kan ik weer leuk met de statistieken en website enzo bezig (lijkt sarcastisch maar vind ik toch echt leuk…). ’s Avonds weer hetzelfde riedeltje: boodschappen doen, avondeten maken, een crumble maken en in de over zetten, en een aflevering van The O.C. kijken en crumble eten (appel met kers en bosvruchten, heel erg lekker). Wat een zwaar leven toch
Dinsdag gingen Marieke en ik na het werk naar een toneelstuk, ‘De Alchemist’, naar een boek van Paulo Coelho. Omdat we pas om tegen zes uur van ’t werk vertrokken, de metro op zich liet wachten en het theater best een eind buiten de stad zat, moesten we erg haasten en hebben we in de metro snel een patatje van de Mac naar binnen gepropt. Het theater was al open toen we eraan kwamen en onze kaartjes lagen, dankzij de creditcard van Marieke, al betaald en wel op ons te wachten. Het toneelstuk was ontzettend leuk. Hoewel we in het begin nog even vreesden voor (de overlast van) de twee schoolklassen die binnenkwamen, bleken die zich keurig te gedragen en alleen op de juiste momenten te lachen of lawaai te maken. Het toneelgezelschap bestond uit vijf mensen, die erg creatief met stemmen, gezichtsuitdrukkingen, kleren, stoffen en decorstukken waren. Het decor was niet meer dan vijf piepschuimachtige blokken (waar ze een balustrade, schip, rotsen, kamelen en nog veel meer van wisten te maken), en een stok met vijf grote lappen gele en oranje stof die de woestijn voorstelde. Maar met behulp van twee stokken werd deze woestijn in een seconde omgetoverd in een bedoeïenentent en twee seconden later was het weer iets compleet anders.
Het verhaal ging over een herdersjongen die op zoek gaat naar een schat (de schapen werden ook nagedaan, door schattige mutsjes met schapenoortjes op te zetten en door het mekkeren en ‘kauwen’). Ook paarden werden nagedaan; ze deden een hoofdstel op, gingen op hun knieën zitten en begonnen met hun armen galoppeer-bewegingen te maken. De berijder ging er achter staan en probeerde een beetje mee te hobbelen… De kamelen waar op gereden werd, waren gemaakt van de decorstuk-blokken waarop een soort kussen met daaraanvast een kamelenhals en -kop op een stok werd gelegd. Verder was er de hele tijd livemuziek omdat ze allemaal wel een instrument bespeelden en één jongen heel mooi kon zingen. Echt ontzettend leuk.
Na het toneelstuk moesten we nog helemaal naar huis, maar gelukkig hoefden we nergens superlang te wachten op een metro. Thuis hebben we nog even een stukje O.C. gekeken voor het slapengaan… Wat erin resulteerde dat we woensdag allebei een beetje moe op het werk zaten. Ik hoorde John op een gegeven moment een hotelreservering voor mij maken (had ik zelf blijkbaar niet veel over te zeggen). Maar het hotel zag er op de website mooi (en duuur!) uit, dus dat komt vast goed. Ik kwam er wel achter dat mijn o zo slimme baas een foutje had gemaakt. Hij begon me namelijk vrolijk te vertellen dat ik een treinkaartje moest kopen om naar Edinburgh te gaan. Toen ik vroeg of er geen binnenlandse vluchten naar Edinburgh gaan (waarom vlieg en slaap ik anders in Glasgow?! Edinburgh schijnt veel mooier te zijn…), zei hij: ‘jawel, maar er was een kans (sic!) dat de vergadering in plaats van in Edinburgh in Glasgow zou zijn dus daarom heb ik maar een vlucht naar Glasgow geboekt.’ Welkom in de wereld van de logica van John… Maargoed, zo heb ik wel de kans om beide steden te zien… Nu blijkt dus ook nog eens dat hij de terugvlucht (we gaan met hetzelfde vliegtuig terug) eigenlijk te vroeg heeft geboekt. En omdat we nog vijftig minuten in de trein moeten zitten om vanuit Edinburgh op het vliegveld te komen, moeten we helemaal vroeg bij de conferentie weg (we kunnen niet tot het einde blijven terwijl het maar een dag is…).
We zijn (wegens moeheid) ook maar gelijk na het werk naar de suup gegaan, gegeten en… wederom een crumble gemaakt en de OC gekeken. Onze verslaving aan beiden begint nu toch echt wel ernstige vormen aan te nemen… Helemaal omdat we vanochtend voor we naar het werk gingen zelfs nog een klein stukje hebben gekeken. Op het werk ben ik, naast alle dagelijkse dingetjes, voornamelijk bezig geweest met de statistieken voor de AGM. John wilde mijn grafieken enzo namelijk ook graag in een powerpointpresentatie meenemen naar Edinburgh… Na het werk gingen Marieke en ik naar Eat & Two Veg, maar dit bleek nogal duur te zijn (8 pond voor een hamburger…). En het eten was wel lekker, maar niet super. De volgende keer gaan we dus maar weer naar de RedVeg of de Food for Thought.
Gelukkig had ik al opgeschreven wat ik zolang geleden gedaan heb, anders had ik het vast niet meer geweten…
Die maandag heb ik Jorts rugtas meegenomen naar het werk, zodat hij nog even rustig door Londen kon struinen zonder een zware tas… Om drie uur ben ik -met tas- naar Liverpool Street Station gegaan om Jort zijn tas te geven en hem uit te zwaaien. ’s Avonds heb ik de keuken schoongemaakt (had ik volgens ons rooster eigenlijk in het weekend moeten doen maar dat kwam er niet van…) en ben ik vroeg gaan slapen. Die dinsdag zouden Marieke en ik namelijk vroeg naar het werk gaan zodat we weer vroeg weg konden zodat we om kwart over zes in Canary Wharf naar ‘Kingdom of Heaven’ konden gaan. Helaas bleek dat de film pas om half acht draaide, dus hadden we ons voor niets gehaast. De film was wel leuk, maar om nu te zeggen dat ik het echt een superfilm vond… Tijdens het lopen naar de bioscoop hoopte ik eigenlijk stiekem dat deze bios eens niet zo koud zou zijn. Maar helaas: op de deur van onze zaal hing een briefje dat het heating system kapot was en dat ze zich excuseerden voor de kou. Nou, ze hadden me wel geld toe mogen geven vond ik, zo koud was het daar! Zelfs met jas aan en sjaal om.
Omdat we zo laat thuis waren, kreeg ik niet veel slaap en was ik zodoende woensdag zo moe, dat ik na geskypt te hebben met Arend en papa en mama lekker vroeg naar bed ben gegaan. Donderdag zijn Marieke en ik na ons werk lekker naar de Food for Thought gegaan en hebben we zoals altijd weer heerlijk gegeten (als ze de FfT en de Red Veg toch eens naar Groningen zouden halen…). Daarna ben ik snel naar huis gegaan om mijn was te doen, mijn kamer op te ruimen en mijn tas in te pakken. Vrijdag ging om 7 uur mijn wekker namelijk al om naar een conferentie in Oxford te gaan. Om 8 uur stapte ik in de bus op weg naar Victoria station. Daar had ik afgesproken met Zibby (de ‘CARA fieldworker’, zij doet een oral history project waarvoor ze grantees van CARA interviewt). Samen zijn we naar de bushalte van de ‘Oxford Tube’ gelopen. Voor maar negen pond kon je een ‘ene dag heen, andere dag terug’ retour kopen. Maar eigenlijk maakte dat niet uit, want CARA betaalde mijn trip… In Oxford aangekomen heeft Zibby me eerst rondgeleid door de binnenstad (zij heeft daar gewoond en gestudeerd). Dat was wel heel leuk, omdat zij wist welke colleges of universities je wel even in kon lopen (wat dus als toerist eigenlijk niet mag). Ook zijn we even binnengelopen bij Pembroke College, waar Zibby heeft gestudeerd. Ziet er echt zo mooi uit, van die binnenplaatsen met allemaal gebouwen, collegezalen en (slaap-)kamers en complete tuinen… ‘t Komt rechtstreeks uit een Harry Potter film! Net bij het naar buiten gaan kwam Zibby een oude docent van haar tegen. (Voor degenen die Harry-Potterfilms gezien hebben: ze leek sprekend op professor Sybil Trelawney van waarzeggerij en handlezen (of was het bol-lezen?) die gespeeld werd door Emma Thompson. Van dat warrige pluizige haar, beetje verstrooid…Erg leuk). Zij nodigde ons uit om mee naar de docentenkamer te gaan, waar we thee kregen. Er kwam nog een oude docent van Zibby bij. En zo karakteristiek als die vrouwelijke professor was (zo stel ik me tenminste een professor filosofie aan een Oxford-universiteit voor…), zo niet-karakteristiek was deze kerel. Hij had een beetje iets weg van Hans Sibbel (beter bekend als Lebbis van Lebbis en Jansen) en hij stond te roken, koffie te drinken en tegelijkertijd heel hartstochtelijk kauwgom te kauwen. Met open mond. En niet zo’n klein beetje, ik kon zijn amandelen bij wijze van spreke zien. En dan was ie ook nog eens tegelijkertijd aan het praten… Apart!
Zibby en ik moesten hierna echt met de bus naar Brookes university, waar de conferentie gehouden zou worden. Nadat ik me geregistreerd had, ben ik naar mijn accomodatie gegaan (ongeveer 10 minuutjes lopen). Helaas bleek dat iets minder cool dan ik had verwacht. Je kon namelijk voor maar 20 pond een kamer op de campus van Brookes University, Morrell, krijgen voor een nacht. Dit bleek dus een piepklein kamertje in een studentenhuis (dat dus voor de rest gewoon bewoond werd door vaste bewoners) te zijn. Voelde me een beetje opgelaten dat ik zomaar hun huis binnen kwam vallen voor een nachtje… Maar eerst weer terug naar de conferentiezaal. De conferentie was die middag best interessant, hoewel ze wel heel veel verschillende sprekers op een dag hadden gepropt. ’s Avonds was er een buffet en heb ik gezellig zitten kletsen met drie meisjes uit Schotland (waarvan een werkelijk waar Mhoraig heette, spreek uit ‘Morieiek’). En dat was te horen… zo’n leuk accent is dat! Er was zelfs een avondprogramma georganiseerd. Er kwam een ‘Yoruban drummer’. Echt heel erg leuk; hij speelde op zijn trommels en leerde ons allemaal liedjes in het Nigeriaans, deelde muziekinstrumenten uit, etc. Hij wist echt iedereen wel mee te krijgen.
En toen ik terug was in mijn kamer begon het. Het was vrijdagavond en het huis bleek erg gehorig te zijn. Iedereen liep de hele nacht door in en uit, met deuren te slaan en door het huis te roepen. Om 1 uur besloot het meisje tegenover mij dat dat een uitstekende tijd was om eens even flink ruzie te gaan maken met haar vriendje (eigenlijk besloot hij dat, want hij vond dat zij er nooit over nadacht wat ze zei en dat ze er geen rekening mee hield hoe dat overkwam op hem en hoe hij zich daardoor voelde. Aan de andere kant praatte ze dan weer niet genoeg, waardoor hij nooit wist waar hij aan toe was… dramadramadrama). Gelukkig riep iemand dat ze stil moesten zijn, maar om twee uur begonnen ze weer van voor af aan. Maar ik was voorbereid en had ondertussen mijn oordopjes al gepakt. De volgende ochtend bleek toen ook nog eens dat er nergens in de buurt ontbijt te krijgen was…